Soort van de Maand

 
 

Om de natuur in Nederland goed te kunnen beschermen zijn grote aantallen gegevens nodig over het voorkomen van planten en dieren. Duizenden vrijwilligers zijn al actief met het verzamelen van deze gegevens. Daarnaast zijn veel mensen graag in de natuur om naar planten en dieren te kijken. Helaas komen nog niet alle gegevens verder dan de hoofden of de opschrijfboekjes van deze waarnemers.

Om alle natuurliefhebbers te stimuleren hun waarnemingen van planten en dieren door te geven is het project "Soort van de maand - op stap en tellen in de natuur" ontwikkeld. Dit project, waar iedereen aan mee kan doen, is een gezamenlijk project van de VOFF, de Natuurkalender, WILDzoekers en Grasduinen.

December - Kleine wintervlinder

De winter is niet een tijd dat je verwacht vlinders te zien. Toch zijn er nachtvlinders die pas tevoorschijn komen als de eerste nachtvorsten zijn geweest. Wanneer men in de late herfst of het begin van de winter in het licht van autolampen nachtvlinders ziet dwarrelen, gaat het, vooral in de buurt van bossen en struwelen, vrijwel zeker om de mannetjes van de kleine wintervlinder.

Lees meer…


Bron: Soort van de Maand © Annette van Berkel

November - Plataanvouwmijnmot

De plataanvouwmijnmot (Phyllonorycter platani) is het beste waar te nemen als rups. De rupsen maken duidelijk zichtbare vraatsporen ("mijnen") in de bladeren van de plataan (Platanus). De soorten waarvan de rupsen in bladeren van bomen en planten leven, noemen we bladmineerders. Elke bladmineerder heeft zijn eigen karakteristieke vraatbeeld.

Lees meer…

Oktober - Kostgangerboleet

De kostgangerboleet (Boletus parasiticus) is onmiskenbaar doordat hij altijd op of rond de gele aardappelbovist (Scleroderma citrinum) staat. Het is een parasiet, die niet kan overleven zonder die aardappelbovist. De parasiet is veel zeldzamer dan de gastheer. De kostgangerboleet is sinds de jaren zestig door nog onbekende oorzaken achteruit gegaan en staat nu op de Rode Lijst. Voor deze soort zijn al 99 waarnemingen ingevoerd.

Lees meer…

September - Wijngaardslak

In september kan iedereen op zoek naar Nederlands grootste landslak: de wijngaardslak (Helix pomatia). Het slakkenhuis kan wel 5 cm groot worden. Wijngaardslakken zijn te vinden in oude bossen rond landhuizen en kastelen, in duingebieden en vooral in Limburg. De wijngaardslak staat bekend als lekkernij (Escargot) maar hij is beschermd, dus meenemen mag niet, vindplaats melden wel!

Lees meer…

Augustus - Wespspin

Opvallend mag je de wespspin (Argiope bruennichi) soort wel noemen. Een vrouwtje dat op het punt staat eieren te leggen, is een forse spin met geel-zwarte dwarse bandering en geringde poten, hangend in een wielweb, de kop omlaag zoals alle spinnen in wielwebben, met boven en onder zich een zigzagband van dicht weefsel. Wie deze spin in het veld tegenkomt, herkent hem meteen.

Lees meer…

Juli - Klokjesgentiaan

De klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe) tegenwoordig een vrij zeldzame verschijning in Nederland. De soort komt nog het meeste voor op natte heiden in het binnenland, maar is daarnaast ook nog te vinden in natte schraallanden en in natte duinvalleien op de Waddeneilanden. Buiten Nederland komt de klokjesgentiaan wijd verbreid voor tot in Siberië.

Lees meer…

Juni - Weidebeekjuffer

Met zijn fel metaalblauwe kleur en de bijna zwarte vleugelvlekken is het mannetje van de weidebeekjuffer (Calopteryx splendens) een opvallende verschijning. Hij wordt wel de ijsvogel onder de libbelen genoemd. Vroeger heette hij wel beekster (en z'n naaste verwant de bosbeekjuffer werd beeknimf genoemd. En in een lijst met nieuwe Friese libellennamen wordt voorgesteld om hem blauwe flinterlibel te noemen.

Lees meer…

Mei - Rugstreeppad

De rugstreeppad (Bufo calamita) heeft midden op de rug een smalle gele lengtestreep. De mannetjes kun je in voorjaarsnachten in het begin van de nacht luid horen roepen, of eigenlijk ratelen. Voor het produceren van die ver dragende roep gebruiken ze hun kwaakblaas, die blauw tot paars gekleurd is.

Lees meer…

April - Parapluutjesmos

Het parapluutjesmos (Marchantia polymorpha) is een cosmopolitisch voorkomend levermos uit de orde Marchantiales (parapluutjesmosorde). De naam parapluutjesmos dankt het aan de vrouwelijke drager van archegoniën. De soortsaanduiding polymorpha komt uit het Grieks en betekent "met vele vormen". Parapluutjesmos komt zeer algemeen voor op vochtige plaatsen, op muren, op paden en in potten.

Maart - Citroenvlinder

Als het mooi zonnig weer is komen in het voorjaar de overwinterende citroenvlinders (Gonepteryx rhamni) te voorschijn. In deze warmste winter sinds 1706 zijn ze al gesignaleerd, maar komende weken gaan de citroentjes zeker op zoek naar nectar en een partner om te paren. De lente is daardoor de aangewezen periode om op zoek te gaan naar deze soort. De mannetjes zijn citroengeel, terwijl de vrouwtjes lichtgroen tot wit gekleurd zijn. Bij beide eindigen de vleugeltoppen in een hoekige punt.

Februari - Haas

Hoewel de haas (Lepus europeus) tot voor kort een algemene soort was, lijkt het nu slechter te gaan met dit zoogdier. De oorzaak ligt in een combinatie van ziektes en verdergaande schaalvergroting van het landschap.

Hazen houden zich schuil in een 'hazenleger', een zelf gegraven ondiep kuiltje in de grond. Ze zijn in de vooravond en 's nachts actief, in het voorjaar en de zomer ook overdag. In de voortplantingstijd (december tot augustus) vechten de mannetjes om bronstige vrouwtjes. Ze zijn in groepjes, rennend of vechtend, makkelijk te zien.

Januari - IJsvogel

De ijsvogel (Alcedo atthis) is onmiskenbaar, met zijn felblauwe bovenzijde en oranje onderkant. Soms hoor je hem nog eerder dan je hem ziet. Een schelle roep verraadt vaak zijn aanwezigheid. Het gaat eindelijk weer goed met de ijsvogel! Zo goed dat hij sinds kort niet meer op de Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare vogelsoorten staat.

Dat wil overigens niet zeggen dat we uit de ijsvogelzorgen zijn. Een paar strenge winters en hij komt er met stip weer op. IJsvogels houden namelijk helmaal niet van ijs, want dan kunnen ze geen vissen vangen. Als het vriest komen ijsvogels daarom nog wel eens binnen de bebouwde kom, omdat het daar gemiddeld wat warmer is. Dat geeft een goede kans er een te zien.

 

Nieuwsbrief