Visdief

Visdief

De visdief (Sterna hirundo) is een vogel uit de familie van de sterns (Sternidae). Zoals alle sterns is ook de visdief een slanke vogel met een sierlijke vlucht. De visdief valt op door de lange, maar zeer smalle vleugels en de gevorkte staart. De vogel is moeilijk te onderscheiden van de nauw verwante noordse stern. De snavel van de visdief heeft in tegenstelling tot de snavel van de noordse stern een zwarte punt. Als de vogels de vleugels opgevouwen hebben, dan steken bij de visdief de punten van de vleugels tot voorbij de staartpunten, terwijl bij de noordse stern de staartpunten verder reiken.

De visdief broedt in Nederland zowel langs de kust als in het binnenland. Het nest wordt op het strand of op de oever gebouwd. De visdief is vaak zwevend boven het water te zien, waarbij de snavel naar beneden is gericht. De vogel speurt zo naar vissen die zich vlak onder het oppervlak bevinden en welke met een snelle stootduik worden gevangen. In de winter trekken de visdieven uit Nederland weg om te overwinteren in Afrika.

Visdieven zijn in Europa tijdens het broedseizoen zeer algemeen, ook in Nederland en België.

Een legsel bestaat doorgaans uit 2 à 3 eieren van gemiddeld 41 x 30 mm. De broedduur bedraagt 20 tot 23 dagen. Visdiefjes hebben soms twee legsels in een seizoen.

Kenmerken
- De bovenzijde is lichtgrijs, de onderzijde is wit
- Er is een zwarte kopkap aanwezig
- De snavel is oranjerood met een zwarte punt
- De poten zijn oranjerood
- De vleugels zijn lang en smal
- De staart is gevorkt 
 
Trend en Aantal
Rond 1900 broedden meer dan 30.000 paar visdieven in ons land, waarvan veruit de meeste langs de kust. Net als bij de grote stern leidde afschot voor de dameshoeden-modegril en het rapen van eieren tot een forse afname. Het aan de kaak stellen van deze praktijken door Vogelbescherming Nederland leidde in 1908 tot de bescherming van de visdief. De aantallen namen weer flink toe, met een top van 45.000 paren in 1939. Afgezien van een terugval in de oorlog bleef de soort talrijk, totdat lozingen van gechloreerde koolwaterstoffen roet in het eten gooiden; er trad grootschalige vergiftiging van het milieu op. Ook het verdwijnen van een uiterst belangrijk broedgebied als De Beer (tot 20.000 paren rond 1940!) speelde een rol. In 1965 waren er slechts 5000 paren over, waarna een voorzichtig herstel inzette. Dat gold niet voor het binnenland, waar de soort nog slechts sporadisch tot broeden komt. Momenteel broeden jaarlijks 18.000 tot 19.500 paar visdieven in ons land, nog altijd veel minder dan voor de milieuramp van de jaren zestig.

Foto: © Rob Buiter

Bron: Wikipedia
Bron: Vogelvisie

 

Nieuwsbrief