Elke zondag van 7 uur tot 10 uur op NPO Radio 1
Elke dinsdag om 19.20 uur op NPO2

  • Uitleg: de kenmerken van een tuinreservaat

    blauwe_druif.jpg

    De tien kenmerken van het ideale Tuinreservaat, met voorbeelden uitgelegd.

    1. Zo min mogelijk bestrating
    Deelnemers aan Tuinreservaten streven ernaar niet meer dan een derde van hun tuin te verharden. In een versteende tuin valt voor dieren weinig te halen. Het is een dode tuin zonder groen, vogels, vlinders en insecten. Ook mensen voelen zich gelukkiger in het groen dan tussen stenen. Daar komt bij dat de verharding verhindert dat het regenwater door de bodem naar het grondwater sijpelt. Het regenwater komt in het riool terecht en veroorzaakt problemen bij de rioolzuivering.

    Bovendien vragen verharde terrassen en paden veel onderhoud. Als ze minder dan 20 keer per dag belopen worden dan krijgt onkruid kans tussen de stenen of door het grind te groeien. Als de verharding niet vol in de zon ligt zorgen mossen en algen ervoor dat het oppervlakte spekglad.
    Als je voor verharding kiest, neem dan plat grind met worteldoek eronder, en leg een pad aan van kort gemaaid gras, houtsnippers of stapstenen waar bodembedekkers tussen kunnen groeien.

    2. Begroeiing met vruchten en bloemen die insecten, vogels en vlinders lokt
    Planten, struiken en bomen maken uw tuin mooi, bovendien heeft beplanting een ecologische functie. Kies voor bomen en struiken met schors, bloemen en eetbare vruchten. Vogels en andere dieren vinden dan een schuilplaats en eten in uw tuin. Vogels maken nesten in de struiken, egels vinden er een schuilplaats en vlinders en andere insecten kunnen er leven. Zorg dat er zo lang mogelijk bloeiende planten in uw tuin staan. Hierdoor hebben insecten lange tijd voedsel.

    Kijk voor een beplantingslijst op de website van de Vogelbescherming.

    3. Een natuurlijke vijver met geleidelijk aflopende oever of andere was- en drinkgelegenheid
    Water lokt niet alleen padden, kikkers en salamanders naar je tuin, ook vogels, vlinders, libellen en waterjuffers én insecten naar je tuin. Vogels nemen graag een bad om hun kostbare veren in conditie te houden. Zo’n badje biedt ook de nodige verkoeling tijdens de hete zomerdagen. Een vogelbadje op een overzichtelijke plek in de tuin is gegarandeerd een topattractie. Ook de ondiepe rand van een wordt gebruikt als bad- en  drinkplaats.

    Hoe ziet zo'n vijver eruit?

    • Ligging: de vijver ligt minstens de helft van de dag in de zon
    • Glooiende oever: er is minimaal één zacht glooiende oever, liefst aan de noordzijde voor optimale zonnewarmte
    • Amfibieën kunnen de vijver gemakkelijk verlaten (glooiende oever, een boomstronk, ruwe stenen). Lukt dat niet, maak dan een kikkertrap.
    • Verschillende dieptes: de heeft verschillende dieptes: een dieper gedeelte (80-120 cm) waar dieren kunnen overwinteren en een ondiep, sneller opwarmend deel waar de kikkers hun eieren kunnen afzetten en de larven zich kunnen ontwikkelen
    • Voldoende waterplanten: zij zorgen voor zuurstof en beschutting;
    • Houd de vijver visvrij: De vissen eten de eitjes en larven van de amfibieën
    • Voldoende dekking: ook in de tuin moeten kleine 'rommelhoekjes' zijn waar amfibieën kunnen schuilen en overwinteren. Bijvoorbeeld houtblokken, losse stenen of snoeihout met blad ertussen.
    • Vorstvrije delen in de winter waar sommige amfibieën kunnen overwinteren
    • Wacht rustig af wat er komt: zet niet zelf dieren uit in de vijver

    Kijk voor meer informatie op de site van RAVON

    4. Klimplanten en struiken met doornen naast of tegen een gevel
    Wie slim is schurkt dicht tegen mensen aan. Gevels zorgen voor beschutting en veiligheid. De combinatie van groen en gevel zorgt ervoor dat de wind er niet doorheen jakkert. Bovendien biedt zo’n gevel, zelfs als het huis geïsoleerd is, warmte én veiligheid. Je kunt als beest nog maar van drie kanten aangevallen worden. Zorg daarom ook voor prikkerige begroeiing.

    5. Natuurlijke beschutting en omheining waar egels onderdoor kunnen
    Het meest milieuvriendelijk, stormbestendig en goedkoop is een natuurlijke begroeiing, zoals een haag. Hagen gaan lang mee en een variatie in soorten struiken brengt leven in de tuin.

    Tip voor een gratis haag: zet takken snoeihout op de plek waar je een haag wil planten. Vogels gebruiken die takken als rustplek en poepen een toekomstige haag: in hun uitwerpselen zitten allerlei zaden van andere bomen en struiken, die makkelijk ontkiemen. Je moet even de tijd hebben, maar het gaat sneller dan je denkt.

    6. Geen schadelijke bestrijdingsmiddelen
    Zet de juiste plant op de juiste plaats. Planten waarvoor je een plaatsje kiest dat geschikt voor ze is, krijgen minder last van parasieten, groeien beter en leven langer. Gezonde tuinplanten hebben minder snel last van plagen. Kies daarom planten, struiken en bomen die passen bij het klimaat en de bodem en houd rekening met zon en schaduw bij het plaatsen.

    Voorbeeld:Lavendel groeit normaal op stenige grond zoals in de Provence. Als je die hier in goede bladgrond plant, wordt-ie zó sappig dat bladluizen plots massaal op bezoek komen.

    Als je regelmatig door de tuin loopt is het een kleine moeite om het onkruid er met de hand uit te halen voor het zich met sterkte wortels in de grond heeft genesteld.

    Uitleg en voorbeelden van de andere vier punten volgt binnenkort:

    7. Niet snoeien in het broedseizoen (15 maart/15 juli)
    8. Een composthoop
    9. Rommelhoekjes en takkenrillen en –hopen
    10. Nestkastjes of verblijfplaatsen voor vogels, zoogdieren en insecten

    Geplaatst in: Tuintip

Media